Vuurtje stoken en vuurwerk

Ik geef het toe. Ik ben altijd een stoker geweest, van jongs af aan al. Vuurtje stoken en dan lekker zitten porren en poeren in het vuur. Net zolang prikken en klieren totdat het vuur hoog oplaaide en ik er zelf bang van werd.
Opa en oma hadden een hele grote diepe tuin en daar was altijd wel plek om een vuurtje te stoken. Opa deed het ook dus kon ik dat ook wel. Vroeger werd er van tijd tot tijd een vuurtje gestookt om overtollig tuinmateriaal te verbranden.
Er verdween wel meer dan tuinmateriaal in het vuur maar ach wie maalde daarom?
Eigenlijk kun je dus wel zeggen dat ik dat vuurtje stoken van opa geleerd heb.

Na vuurtje stoken kwam later vuurwerk afsteken. Vuur is vuur ook van vuurwerk. Sterretjes hadden koudvuur, het kon echt geen kwaad.
Onzin natuurlijk maar zo werd het wel gebracht toen. Pak zo’n sterretje maar eens bij de brandende kant vast dan piep je wel anders. Zo hielden wij kinderen elkaar voor dat vuurwerk niet zo erg was. Kinderspel eigenlijk.
Matjes minirotjes die we uit elkaar haalden en dan met een sigaret van opa of de sigaar van mijn vader aanstaken. Astronauten, voetzoekers, vuurpotten en later duizendklappers. Vuurpijlen vond ik wat minder omdat ze toen al duur waren en ik ze onbetrouwbaar vond. Vuurpijlen wilden nogal eens onverwachts de verkeerde kant op gaan.

Vergeleken met tegenwoordig stelde het vuurwerk van toen niet veel voor. Natuurlijk gebeurden er ongelukken mee maar voor mijn gevoel minder ernstig dan in deze tijd.
De grootste problemen ontstonden toen vaak door het carbid schieten. Daar ging het nog wel eens goed mis. Rondvliegende deksels van melkbussen die mensen raakten en soms doden veroorzaakten.

Mijn vuurwerkpassie heeft lang geduurd en is nog maar sinds een paar jaar gedoofd. De laatste keer dat ik vuurwerk heb afgestoken was zo’n zielige vertoning. De prijzen waren toen al exorbitant hoog waardoor ik bewust koos wat ik gebruiken wilde om de kosten niet te hoog op te laten lopen. Met als gevolg dat het er niet uit zag, in een mum van tijd was het op en voorbij. In de lucht kijken naar het uren durende vuurwerk wat de rest van ons dorp afstak was het enige wat er voor ons overbleef.
Een passie en € 75,– armer keerden ik terug naar huis.

Dat jaar betekende het einde van mijn vuurwerk tijdperk. Genieten van andermans vuurwerk bleef ik doen en vond dat een traditie als deze niet maar zo op de schop mocht. Je moet de mensen niet overal over willen betuttelen.
Vuurwerk gebruiken om hulpverleners mee te bestoken begon ondertussen aardig in zwang te raken maar ik dacht dat de mensen wel tot bezinning zouden komen.
Ik bleef in de goedheid van mensen geloven.

We weten beter inmiddels. Het aantal slachtoffers ten gevolge van vuurwerk is weer gestegen. Geweld tegen hulpverleners is toegenomen en de roep om het vuurwerk te verbieden groter dan ooit.
Voor mijn gevoel is er een grens bereikt, een grens die eigenlijk al veel te lang overschreden is.

P.s. Vuurtje stoken doe ik al jaren niet meer dus wees niet bang dat hier een
blogger voor pyromaantje speelt.