De Wil van het Willen

Wanneer het begonnen is weet ik niet. De eerste keer dat ik besefte dat ik iets graag wilde was toen ik nog op de kleuterschool zat en wilde leren lezen. Op de ‘lagere school’ leerde ik lezen en alle andere vakken maar ben me van die tijd niet echt bewust dat ik graag iets wilde. Het leven was één groot feest in die tijd en je deed alles wat je graag wilde zonder het je bewust te zijn van het grote willen.

Op de ‘middelbare school’ begon het bewust worden van iets graag willen en daar dan voor gaan. Ik wilde veel. Geen gekke dingen maar gewoon veel waardoor ik voor mijn gevoel in tijdnood kwam. Ik sjeesde naar huis 10 km. verder, om snel mijn huiswerk te maken en dan te gaan zwemmen of naar gymnastiekles of naar een vriendin te gaan. Of naar Oma en tante om daar samen iets te gaan bakken of eten te koken. Er was altijd wel wat wat ik graag wilde.

Dat bleef maar doorgaan dat graag willen. Ik schaamde me er wel eens voor. Er was altijd wel iets te willen. Het kon iets groots zijn wereldreizigster, verpleegster of willen zorgen voor huis en haard. Voor mijn gevoel was ik de enige die altijd veel wilde, ik had een enorme drive en daar voelde ik me van tijd tot tijd best wel schuldig over. Ik leek soms de enige.

Na mate ik ouder word verminderd het grote willen, maar toch. Ik wil nog steeds altijd wel wat. Geen grootse dingen meer maar b.v een lekkere taart bakken, een dagje uit of de Zevenheuvelenloop lopen (toch een beetje groots). Zo ligt er een heel lijstje in mijn hoofd klaar wat ik best nog wel eens zou willen en daar schaam ik me dan weer voor. Ben je niet meer piep en dan wil je nog aan hardlopen beginnen of fotografielessen volgen of……… Het stopt werkelijk nooit.

Nu las ik onlangs in het maandblad ‘Zin’ een stukje over verlangens. ‘Verlang zo lang je kan’. Zij noemen het verlangens, dat klinkt gelijk al anders dan willen.  Daar stelt de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer: de mens is een willend wezen, dat niets bepaalds wil, maar gewoon wil.  Zo, dat staat er toch maar mooi. Dat betekent dus dat het helemaal niet zo gek is als je (nog) iets wilt. Ik kan die man wel kussen.

In het maandblad ‘Zin’  wordt vervolgens een aantal alinea geweid aan onvervulde verlangens om weer door te gaan met: Verlangens/willen. Het houdt je bezig en dat is maar goed ook zegt Dhr. Veenhoven. Want het feit dat we verlangen/willen, houdt ons aan de gang. ‘Geluk is een bijverschijnsel van lekker bezig zijn’. Daarvoor heb je verlangens nodig. Dieren worden instinctmatig aangestuurd, wij mensen moeten wat verzinnen om bezig te blijven. Het dondert niet wat je verzint, als je maar iets verzint. (Wilhelm Schmid). De geschiedenis zou zonder verlangens heel anders zijn verlopen. Smid ziet verlangen/willen als de steeds weer opkomende behoefte aan iets moois in de verte. Zonder verlangens geen vooruitgang. Niet op persoonlijk vlak en niet op technisch, economisch en politiek vlak.

Mijn probleem is min of meer geruisloos opgelost.  En zeg nu zelf, wat is er mooier dan een ‘opkomende behoefte aan iet moois in de verte’  te hebben. Mijn lijstje blijft onveranderd. Misschien wordt het nog wel aangevuld met verlangens.  Met dank aan het maandblad ‘Zin’

img_20160330_093653

Kijk en lees ook mee op de Facebookpagina de andere AnneMarie. Zou ik erg leuk vinden.

Bewegen…….met de Cuore

Mijn autootje is vandaag weer voor de keuring geweest. Dat geeft hier in huis gelijk de nodige hilariteit. Jouw auto staat alleen maar onder de carport. Dat zijn dure kilometers die auto van jou hoor. Hoeveel kilometer heeft hij gereden dit jaar? En zo gaat het maar door. Ja ik weet, ik gebruik hem niet veel maar ik kan nog steeds geen afscheid van hem nemen. Toen de kinderen op de lagere school zaten hadden we net als zoveel mensen maar één auto. Er was gewoon geen geld voor een 2e. Echt handig was het niet met 3 kinderen. De oudste is 17 maanden ouder dan de tweeling en met haar hebben we veel getobd. Ze heeft vaak en veel in het ziekenhuis gelegen. Je begrijpt dat het hier soms knap spitsuur is geweest. Als de oudste in het ziekenhuis lag of weer voor controle terug moest gebruikte ik wel onze auto. Wim werd dan door een collega gehaald en samen reden ze dan naar het werk. Of we leende de auto van mijn vader en soms die van buren.  Niet veel mensen hadden toen 2 auto’s. Dus alle auto’s die er waren stonden stil te staan op de werkplekken van de heer des huizes. Het was niet anders.

Toen de ziekenhuis bezoeken minder werden begon de periode van kinderen naar sport, vriendjes en vriendinnetjes brengen.  Ondertussen ook nog trachtend het eten op tijd op tafel te hebben. Wim ging ‘s-avonds vaak werken en dan was het niet handig als je pas om 19.00 uur aan tafel zat. Wat heb ik het vaak verfoeid dat we maar één auto hadden. We waren niet de enigen hoor. Er waren wel steeds meer gezinnen waar een 2e auto was maar echt snel ging dat nu ook weer niet in die tijd. Hoog op mijn wensenlijstje stond dan ook een autootje voor mijzelf waardoor ik niet meer zo afhankelijk zou worden.

Nadat de kinderen naar het middelbareschool  gingen ben ik weer buitenshuis gaan werken. Veel eerder kon het ook niet, de oudste had nog steeds veel zorg nodig. Ik wilde wel graag eerder gaan werken maar de omstandigheden lieten het gewoon niet toe. Toen ik dan eindelijk wel kon gaan werken kwam de 2e auto weer in beeld.

Eindelijk was het zover. Eerst heb ik samen met een vriendin een auto gehad. Ieder had een week de auto. We tankten hem af en brachten hem naar de ander. Als er wat was in de week dat je geen auto had konden we het vaak onderling wel regelen gelukkig. Ongeveer 1½ jaar hebben we dit volgehouden totdat mijn vriendin een andere baan kreeg en de auto niet meer nodig had. Ik heb hem toen van haar overgenomen en sinds die tijd heb ik dus zelf één. De kinderen waren toen al 17 en 15 jaar en konden zich zelf redden. Voor het halen en brengen naar de sportclub had ik hem niet meer nodig. Door die auto was het ook mogelijk om buiten ons dorp te gaan werken. Je horizon wordt enorm verbreedt als je in het bezit bent van je eigen auto. Ik heb er dan ook volop gebruik van gemaakt en van genoten.

Nu ik niet meer werk en Wim nog maar één dag in de week werkt zouden we misschien met één auto kunnen doen. Maar ik kan nog geen afscheid van hem nemen. De kinderen gebruiken hem nu nog wel eens. Zelf gebruik ik hem vaak op die ene dag dat Wim werkt. Klusjes of uitstapjes die hem niet zo interesseren onderneem ik dan. Heerlijk even mijn eigen ding doen.

Vandaag is hij dus weer gekeurd en staat hij weer onder de carport. De rekenwonders hier in huis hebben al even snel berekend dat het weer dure kilometers zijn geweest dit jaar. Dat klopt wel maar erg veel kost hij nu ook weer niet in zo’n jaar.  Als hij kapot gaat komt er ook geen nieuwe. Dat is wel zeker maar zolang hij het nog doet moet hij nog meer even blijven staan daar onder die carport. Ik heb nog even tijd nodig voor het afscheid. images (1)

P.s. Kijk en lees ook mee op mijn Facebookpagina zodat je geen verhaal, foto, haiku of hersenspinsel meer mist. Vink ik leuk!!!